boek Peters, hoofdstuk ontsteking

de ontsteking

De vonk die nodig is om het benzine/luchtmengsel te ontsteken, wordt geproduceerd in 2 bobines, 1 voor elk paar cilinders. Een dubbel stel contactpunten (180graden ten opzichte van elkaar) bepalen het moment waarop de vonk zal overspringen.

De punten worden aangedreven door een nok die rechtstreeks op de krukas zit. De ontsteking is tevens voorzien van een centrifugaal vervroeger.
Wanneer de punten zich openen, wordt de laagspanning naar de bobines onderbroken en het magnetische veld om de primaire spoel valt weg. Hierdoor ontstaat een hoog voltage in de secundaire spoel. De enige uitweg voor deze spanning is over de elektroden van de bougies, met als gevolg een vonk die het mengsel ontsteekt.
Een condensator, parallel over de contactpunten, verminderd de vonkvorming tussen de punten waardoor ze langer zullen meegaan.
De ontstekingsvolgorde is 1-2-4-3 bij elke omwenteling van 180 gr van de krukas. Daardoor is er bij elke slag een vonk op de bougies. De bobines zitten onder de benzinetank  aan weerszijden van de bovenste frame buis.